Het verhaal van de karakteristieke Wâldhúskes

Ze staan er vaak maar wat fraai bij, de wâldhúskes die de tand des tijds hebben doorstaan of na een grondige verbouwing voor moderne bewoning geschikt zijn gemaakt. De wâldhúskes, ook wel woudboerderijtjes of woudhuisjes genoemd, zijn monumenten die van een arme tijden getuigen. Ze zijn voornamelijk te vinden in de Friese Wouden (Fries: Fryske Wâlden of gewoonweg Wâlden), dikwijls verscholen tussen de bomen, met een weelderige siertuin, een gazon en soms zelfs een vijver. Dit was vroeger wel anders. De bewoners van deze woudhuisjes leidden voor 1945, en soms ook nog decennia daarna, een hard bestaan.

Het ontstaan van de Wâldhuskes

De wâldhuskes getuigen van arme tijden. Bewoners van deze boerderijtjes in de Friese Wouden hadden vaak een zwaar bestaan. Meestal hadden ze een klein gemengd bedrijf, maar veel van de bewoners waren daarnaast als dagloner aan het werk om hun inkomen aan te vullen. Het is dan ook geen toeval dat deze woningen vooral op arme zandgronden en in uitgeveende gebieden te vinden zijn.

Elke vierkante meter grond bij een woudboerderijtje werd functioneel gebruikt. Op de zandgronden in de Friese Wouden kregen boeren en arbeiders nou eenmaal weinig cadeau en dat kon je aan de erfinrichting van een wâldhúske goed zien. Sommige wâldhúskes hadden zelfs niet eens een erf. En als er wel een erf aanwezig was, werd de aanblik ervan bepaald door de moestuin, de boomgaard, het bleekveld en de erfbeplanting. Er werden bieten, aardappelen, bonen, wortelen en verschillende soorten kool geteeld. Allemaal voor eigen gebruik. Daarnaast werd er voor eigen gebruik ook vaak kleinvee gehouden.

De woudboerderijtjes van toen

De woudhuisjes die na 1902 zijn gebouwd, werden veelal betrokken door arbeiders en dagloners. Een flink aantal van hen was afkomstig uit spitketens en andere krotwoningen die rond de eeuwwisseling nog veel in de Friese Wouden te vinden waren. De Woningwet van 1902 zorgde ervoor dat deze krotwoningen geleidelijk aan werden opgeruimd.

Met het rijksgeld dat vrij werd gegeven door het intreden van de nieuwe Woningwet, konden woningstichtingen destijds nieuwe huizen bouwen. Ze bouwden hier vrijwel uitsluitend vrijstaande arbeiderswoningen voor: de wâldhúskes. Dit moest zo goedkoop mogelijk, want hoe lager de bouwkosten, hoe lager de huurkosten konden worden gehouden. In de meeste gevallen kwam de bouwprijs niet eens boven de duizend gulden uit, met de grondkosten inbegrepen.

De woudboerderijtjes vormden een hele verbetering ten opzichte van de spitketen, holwoningen en plaggenhutten, waar veel bewoners daarvoor in hadden gewoond. Maar het streven naar de lage bouwkosten van de wâldhúskes ging ten koste van de kwaliteit van de woningen. Sommigen voldeden nauwelijks aan de minimumeisen die in de Woningwet waren geformuleerd. Een echte vooruitgang was het niet, maar gezien de situatie waar veel arbeiders voorheen in zaten, voelde dit wel zo.

De krimpjeswoning: een eenvoudig stenen woonvertrek

De wâldhuskes waren vroeger eigenlijk niets meer dan eenvoudige stenen gebouwtjes die merendeels niet meer bevatte dan enkel een woonvertrek met twee of drie bedsteden, een deel waar kleinvee werd gestald en een deel waar veldvruchten werden geborgen. De woudhuisjes hadden een smal voorhuis met een tuitgevel en hoge zijwanden en een over de gehele lengte doorlopende nok. In de voorgevel zaten twee hoge vensters en in één van de zijgevels zat vaak een raam.

De dakschilden aan de achterzijde schoten aan beide kanten door en vormden zo een brede schuurruimte. De hoek van het voor- en achterhuis vormden de overgang tussen het woongedeelte en de schuur. Dit werd de ‘krimp’ genoemd. Daar komt ook de naam vandaan die we destijds voor de wâldhúskes gebruikten: de krimpjeswoning.

Woonkamer, keuken en slaapkamer in één

De woonkamer van de woudboerderij was een multifunctioneel vertrek. Er werd gekookt, gegeten en geslapen. Ouders die ‘s avonds visite kregen wisten dat er achter de bedsteedeurtjes werd meegeluisterd. Boven de kachel werd het eten gekookt, want een aparte keuken was er niet. Later gebruikte men vaak een fornuis waar vuur in werd gestookt, die ook diende als kachel. Bijna alles vond plaats in één ruimte. En dan te bedenken dat de woonkamer van een wâldhúske vaak niet groter was dan 25m², en het plafond vaak niet hoger dan een meter of twee.

Zeven gezinsleden, drie bedsteden

In de meeste woudhuisjes waren twee tweepersoons bedsteden gemaakt. In één van de bedsteden sliepen de volwassenen. Aan het voeteinde van die bedstee was vaak een plaat aangebracht waarop de kribbe stond, de wieg. In de andere bedstee lagen de kinderen. Soms waren er ook drie bedsteden aanwezig en dan konden er in totaal zeven gezinsleden slapen. Veel gezinnen waren echter groter en vaak zag je dan dat de kinderen op zolder sliepen, waar ze met een houten trap vanuit de stal naar toe konden klimmen.

Waar je ook sliep, het slapen in een bedstee of op zolder was vaak geen pretje. Los van de kook- en rooklucht die in de woonkamer hing, rook je natuurlijk ook altijd het vee dat achter de tussenmuur van de stal stond. En wanneer je in een bedstee sliep ontbrak het je juist aan frisse lucht, terwijl je op zolder de frisse lucht er gratis bij kreeg.

Een halve hectare grond voor de arbeider

De wâldhúskes werden vrijwel allemaal gebouwd buiten de dorpskernen. Daar was de grond betaalbaar en omdat er bij elk boerderijtje een halve hectare grond bij moest, was dit de doorslaggevende factor voor de woningstichting om ze daar te bouwen. Zo konden de bewoners van de wâldhúskes tenminste zelf hun eigen aardappelen verbouwen en dieren houden.

Het was echter niet de bedoeling om van deze bewoners zelfstandige boertjes of koemelkers te maken. De woningstichting wilde met het aanbieden van het grond bij de boerderij de bewoners alleen in de gelegenheid stellen om zijn eigen winterprovisie te telen of enige producten voor de markt. Sommige bewoners van de wâldhúskes droomden hier wel van, om zich op te werken tot boer. In enkele gevallen is het de arbeiders en dagloners ook gelukt om zich op te werken tot zelfstandig boer.

De wâldhuskes vandaag de dag

Vandaag de dag staan de wâldhúskes die de tand des tijds hebben doorstaan er zeer vrij bij. Sommige zijn na een grondige verbouwing voor moderne bewoning geschikt gemaakt, andere zijn omgetoverd tot museum of als monument beschikbaar gesteld en in oorspronkelijke staat hersteld. De huisjes staan dikwijls verscholen tussen de bomen, hebben een weelderige siertuin, een groot gazon en soms zelfs een vijver.

Wâldhuske of Woudboerderij kopen of verkopen

Bent u op zoek naar een woudboerderijtje in Friesland of woont u momenteel in een wâldhúske en overweegt u deze te verkopen? Als buitenplaats makelaardij hebben wij een passie voor woningen zoals wâldhúskes, woudboerderijtjes en boerenspultsjes. Door de jaren heen hebben wij dan ook al de meest fraaie huizen in de buitencategorie in Friesland verkocht en aangekocht, en wij helpen u hier graag bij!

Bronnen:

Stempel Mijn Buitenplaats
Chat openen
Hallo 👋 Kunnen we je helpen?