Ode aan het ûleboerd

Op de zolder van de schuur van een grote kop-hals-rompboerderij keek ik vol ontzag om me heen. Al bijna 150 jaar droeg het solide gebint deze woonplaats van talloze mensen en dieren. Wat een constructie en wat een vakmanschap! Terwijl ik daar zo stond te mijmeren schrok ik op, maar kon niet thuisbrengen wat er was. Tot ik vlak bij mijn hoofd een luchtverplaatsing voelde. Op hetzelfde moment vloog een grote uil met trage, majestueuze vleugelslagen rakelings langs me, van voor naar achter door de hele boerderij. Binnengekomen door een van de ûleboerden. Met een glimlach van oor tot oor bleef ik nog even staan. Inderdaad, liever dauw dan diesel. En liever een uil in je schuur dan een parkiet in een kooitje.

En daarom is dit blogartikel een eerbetoon aan het ûleboerd oftewel het uilenbord. Want daar komt de naam inderdaad vandaan, ook al zien we vaak zwanen op uilenborden. Het is niet alleen een Fries fenomeen, het uilenbord komt ook voor in Groningen, Drenthe, Twente en de Achterhoek. Bij de Saksische uilenborden zien we vaak twee gestileerde paardenhoofden. Binnen Friesland zijn er ook allerlei varianten, maar die betreffen vooral de makelaar (!), de versierde balk in het midden.

Oorspronkelijk was het uilenbord alleen een driehoekig houten bord aan weerszijden van het boerderijdak, bedoeld om de schuur te beschermen tegen inwateren. Het gat dat erin zat diende niet alleen als ventilatie, maar ook als vliegopening voor kerk- en steenuilen. Uilen zijn goede muizenvangers en daarom wilden boeren graag dat ze in hun schuren nestelden. Later werd de versiering toegevoegd, in de vorm van de makelaar met aan weerszijden een knobbelzwaan met een gekromde hals bij de Friese uilenborden. Ook bij moderne ligboxenstallen zie je wel eens, maar praktisch nut hebben ze daar niet meer.

November 2017
Stempel Mijn Buitenplaats