De onmisbare waterput van vroeger

Water om te drinken, om te koken of voor de was: vroeger kwam het allemaal uit de waterput op het boerenerf. Onmisbaar en het centrale punt op het erf die zich meestal dicht bij de achterdeur bevond. In de negentiende eeuw kwam het drinkwater nog vaak uit de regenton, of nog erger: uit de sloot. Met alle gevolgen van dien. De waterput was destijds dus een hele verbetering.

De regenton in de loop der jaren

De regenton bestaat al vele eeuwen, maar in de loop der jaren is de functie van de ton wel degelijk veranderd. Vandaag de dag heeft het nog steeds de functie van wateropvangreservoir, maar dan voornamelijk voor planten. Vroeger diende deze tonnen voor het opvangen van regenwater, dat op zijn beurt weer dienst deed als drinkwater.

Niet bepaald hygiënisch, zoals we nu zouden zeggen. Maar vroeger wisten ze niet beter en konden ze haast niet anders. Sommigen konden het regenwater niet eens opvangen in een ton. Door de rieten daken werd het te vuil en kon het moeilijk opgezameld worden. Slechts enkele huisjes hadden pannen daken en daar voorzag dan een regenton in de behoefte. Anderen haalden drinkwater uit poelen en sloten, met alle gevolgen van dien.

Een hele verbetering, zo’n waterput

De komst van de waterput was dus een hele verbetering. Toch was de watervoorziening nog tamelijk primitief, zeker in onze ogen. De eerste waterputten waren vrijwel altijd gemaakt van hout. Soms bestond de schat van de uitgegraven put alleen maar uit gestapelde plaggen. Het bovengrondse deel van de put was met planken afgezet.

De kans op vervuiling bleef hierdoor groot. Er kon gier uit de stal of van de mestvaalt in de put sijbelen en allerlei ongedierte in het water raken. Dit werd pas beter in de twintigste eeuw, toen de provisorische geslagen waterputten geleidelijk werden vervangen door gemetselde exemplaren. Deze waren een stuk hygiënischer en vergden veel minder onderhoud. Even later verschenen de eerste waterpompen ook.

De komst van de waterleiding

Na de aanleg van de waterleiding werden bijna alle waterputten gedempt en afgesloten. Drinkwater kwam steeds vaker via de waterleidingen bij mensen thuis. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog had bijna driekwart van alle Nederlandse huizen schoon, stromend water. Rond 1960 was op een enkele boerderij na, heel Nederland voorzien van kraanwater.

De moderne tijd had de waterput overbodig gemaakt. De bovenbouw van de put werd daarom vaak gesloopt door de boer en legde vervolgens een betonnen deksel op het gat. Sommige boeren gingen iets creatiever om met het overbodig geworden ‘erfstuk’: zij toverden de put om tot een fraaie bloembak.

Bronnen

Stempel Mijn Buitenplaats
Chat openen
Hallo 👋 Kunnen we je helpen?